Post Tagged ‘tempo’

Inschatten!

Geplaatst: 23/06/2016 in sport
Tags:, , , ,

donderdagmiddag,

Wie heeft er mijn halve pad gejat?

Wie heeft er mijn halve pad gejat?

Hoe zwaar een duurloop is hangt van een aantal factoren af. Een van de factoren is welke doelstelling er achter zit. Een lange langzame duurloop op DL1 dat zou kunnen. Een iets hoger tempo dus op een DL2 snelheid of nog iets sneller op een DL3 tempo. Het is maar net wat er op je schema staat. Je hebt er wel invloed op. Je kunt er rekening mee houden. Een volgende item is de ondergrond. Het maakt in zwaarte nog al wat uit of je op asfalt loopt of op zachte ondergrond of omhoog en omlaag of ook nog mul zand. Natuurlijk kun je van te voren met je parcours rekening houden maar eenmaal gekozen heb je ook hier geen invloed meer op. Een volgende item is het weer waar je rekening mee dient te houden. Is het koud of juist heel erg warm staat er veel wind of juist niet. Dan is er nog een groot verschil tussen warm en warm. Is de luchtvochtigheid laag verdampt je geproduceerde zweet heel snel dus dat koelt prima. Maar zijn de omstandigheden net zoals op dit moment. Bijna 30 graden en de luchtigvochtigheid heel hoog dan verdampt juist je zweet niet en loopt zo zonder zijn werk te doen van je lijf. Je zweet je te pletter.
Wil je toch een duurloop maken binnen de grenzen van je vermogen zul je iets moeten aanpassen. Tempo? Parcours? Weer? Bij de laatste, het weer,  kun je niks aan doen. Geen invloed op. Je hebt alleen de keuze om te gaan of niet te gaan. Die keuze is niet zo moeilijk. Gaan!!
Het parcours dan? Eenmaal gekozen geen invloed meer op!  Het enige dat dan overblijft is het tempo. Daar heb je invloed op dus dat kun je aanpassen aan de omstandigheden en tempo waarop je wilt lopen.

Zo schuif je steeds een baantje op!

Zo schuif je steeds een baantje op!

Vanmorgen om iets voor 8 uur vertrok ik vanuit huis. Het parcours dat ik zou lopen stond vast. Het was al onaangenaam warm en drukkend. Daarom moest mijn tempo, de enige factor waar ik invloed op heb, stevig naar beneden.
Uiteindelijk liep ik op het rondje bijna 10′ langer dan dat ik gewend ben en nog voelde het zwaar aan. En stel nu dat ik op mijn gewone tempo gelopen zou hebben dan was het bijna een wedstrijd geworden.

Op het aanpassen van tempo’s daar ging de baantraining van gisterenavond ook over. Er stond heel simpel 10 keer 400 m met 100 m dribbelpauze op het schema. Dodelijk saai. Met mijn collega even overlegd om er wat meer van te maken. Het zou een training worden op het inschatten van je juiste tempo. Je begint met de eerste 400 op baan 1. Hierbij zet je toon. Na je dribbelpauze het volgende rondje in baan 2 in dezelfde tijd is wel 7.5 m langer. Dit herhaal je 5 keer zodat je bent aanbelandt in baan 5 da’s op dit rondje 37.5 m meer dan het eerste.
Dan komt het gevaarlijkste deel van de opdracht je gaat weer terug naar baan 1 en je loopt weer dezelfde tijd. Oei….kom je tot de conclusie dat was wel wat sneller dan de allereerste. Dat betekent dat je straks in baan 5 echt aan de bak moet.
Op deze manier werd het een training waarover nagedacht moest worden. Trok je de gaskraan te ver open kreeg je de opdracht niet meer voor elkaar. De rustige starters hadden vanavond gelijk.

Kunst?

Geplaatst: 14/01/2014 in sport
Tags:, ,

Dinsdagmiddag,

De kers op de taart!

De kers op de taart!

Een goede duurloop maken is dat een kunst? Ja…een duurloop maken op het juiste tempo is een kunst. En nou wordt dat kunstje natuurlijk al gemakkelijker als je GPS-klokje loopt om op de juiste snelheid te blijven. Voor jouw het juiste tempo. Maar anders wordt het als je met een paar man loopt. Wat is dan het juiste tempo?  Het mag tenminste al toeval zijn als elk van het groepje gelijkwaardig is aan elkaar. Welk tempo houd je dan aan? Snelheid van de snelste? Tempo van de minste snelle? Loopt de een zich uit de naad, loopt de ander te flierefluiten of andersom.
Is het dan gemakkelijker om in je eentje te lopen? Nee….ook niet want als je alleen loopt dan zie je heel vaak dat naarmate het loopje vordert het tempo sterk naar boven gaat. Zeker als je ook nog eens vaker hetzelfde rondje loopt dan wordt het al snel een wedstrijdje tegen jezelf.
De keuze van het tempo wordt nog lastiger en ingewikkelder als de groep echt groot is. Ik bedoel meer dan 20 lopers/loopsters of zo. De variatie en de spreiding is dan nog veel groter. En toch als je tijdje met zo’n groep op stap bent dan lost dat zichzelf bijna altijd op. In ieder geval zet ik niet de snelste op kop ook niet wisselvallige lopers. De koplopers moeten wel een constant tempo kunnen handhaven of gestuurd willen worden. Na verloop van tijd is het bijna automatisch zo dat de snelsten achterin lopen. Want net als met een aantal auto’s of fietsers achter elkaar rijden daar wisselt het tempo nog al eens. Het loopt  achterin wat zwaarder.
Als diegene die op kop lopen voor hun een vlotte DL1 snelheid aanhouden en achterin een krappe DL1 dan komt dat goed. Soms komt het voor dat ze achterin zo ingehouden moeten lopen dat ze bij tijd en wijle even de gelegenheid krijgen om los te gaan.  Bv. als we bij een viaduct of iets dergelijks komen dan mogen ze even op hun eigen snelheid naar boven dan omkeren en gewoon weer achteraan sluiten.  Jezelf aanpassen dat mag beloond worden. Het los gaan kan ook nog wel eens in de laatste km. Bijna thuis en dan even de kers op de taart. Even gassen.

Met zo’n kunststuk waren we gisterenavond weer bezig. Een duurloop van ruim 90′ op een voor iedereen acceptabel tempo.

Aftasten!

Geplaatst: 03/03/2013 in sport
Tags:, , ,

Zondag,

Dezelfde training. Hetzelfde pad. Alleen een andere groep en een ander tijdstip

Dezelfde training. Hetzelfde pad. Alleen een andere groep en een ander tijdstip

Sinds ik afgelopen januari een andere groep ben gaan begeleiden is het iedere keer nog even een gok of dat de training die ik in mijn gedachte had ook wel uitvoerbaar is. Van mijn vorige groep wist ik dat wel. Als bij die groep de lat al eens een keer wat te hoog lag was nog niet zo’n ramp. De gemiddelde belastbaarheid was wel wat hoger.

Nu is het wat zoeken en je komt er niet achter zolang het niet is vastgesteld of ervaren is. Voor de training van vandaag had ik een recht stuk weg nodig van ongeveer 1 km. Liefst onverhard. Nou ken ik zo’n pad wel maar het inlopen er naar toe is best een heel eind. Op zich kan dat wel maar na de kern moeten we ook nog terug. Op de plaats aangekomen waar de kern moest plaatsvinden uitgelegd van wat we gingen doen. Ik deed vandaag een enorm beroep op tempogevoel en met name de indeling van een training. Niet te hard beginnen en doseren. Ik haalde het voorbeeld er bij van een van de lopers uit de groep en hij zegt altijd na zijn vaak te snelle begin: “wat ik gehad heb dat heb ik maar alvast gehad”  Vandaag maar eens andersom proberen wat langzamer beginnen en wat sneller eindigen.

Hoe pakken we dat aan? Ieder die aanwezig krijgt een gekleurd en genummerd kegeltje mee. Met het kegeltje in je hand loop je 4′ op je eigen ingeschatte tempo. Op het fluitsignaal van 4′ kegeltje neerleggen en 4′ terug. Zelf loop ik in een dusdanig tempo terug dat ik minstens even tijd overhoud om te zien tot waar iedereen terugkomt. Met een pauze van ongeveer 2′ gaan we nog een keer. Als ik zelf dit soort trainingen doe dan bouw ik altijd wat referentie punten in.

Bij de derde en laatste keer mag je kegeltje mee terug. En omdat het toch de laatste keer is hoef je jezelf niet meer te sparen. Dat gebeurde ook niet. Bijna iedereen kwam aan het startpunt voorbij.

Maar ja….nu nog terug naar de thee. Daaraan kan ik merken dat deze training net aan op het randje was van wat deze groep aan kan. Nou is het ook zo dat: “een lat die er nooit af ging lag nog altijd te laag!”